ECLI:NL:RBROT:2024:5094
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens verblijfsgat en gevaar voor openbare orde
Eiser, houder van de Angolese nationaliteit, verzocht op 20 oktober 2021 om naturalisatie. Dit verzoek werd op 15 september 2022 afgewezen wegens het ontbreken van onafgebroken vijf jaar toelating en hoofdverblijf in het Koninkrijk, veroorzaakt door een verblijfsgat van 17 februari tot 8 april 2021. Daarnaast bestonden ernstige vermoedens dat eiser een gevaar voor de openbare orde vormt vanwege een veroordeling uit 2019 met een ontzegging van de rijbevoegdheid en een voorwaardelijke geldboete.
Eiser voerde aan dat het verblijfsgat voortkwam uit een misverstand en dat de aard van zijn veroordeling niet tot een gevaar voor de openbare orde leidt, mede vanwege zijn beroep als beveiliger. De rechtbank oordeelde dat het verblijfsgat niet onbelangrijk is en dat de wettelijke voorwaarden voor naturalisatie niet zijn vervuld. Tevens werd vastgesteld dat het motiveringsgebrek in het besluit over de aard van de veroordeling niet tot nadeel van eiser leidde.
De rechtbank verwierp het beroep en handhaafde de afwijzing van het naturalisatieverzoek. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Zoethout op 5 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.