ECLI:NL:RBROT:2024:5120
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van de Opiumwet
De voorzieningenrechter behandelde op 30 mei 2024 de verzoeken om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Rotterdam om een woning te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege drugslabactiviteiten. De woning was doorzocht en er waren harddrugs en productievoorwerpen aangetroffen. De vorige huurder, verdachte in het strafrechtelijk onderzoek, was vertrokken en de woning was gerenoveerd.
Verzoekers, waaronder de eigenaar en nieuwe huurders, stelden dat de sluiting niet langer noodzakelijk was en dat zij een groot belang hadden om in de woning te blijven wonen. De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang en oordeelde dat de burgemeester in beginsel bevoegd was tot sluiting, maar dat de omstandigheden, zoals het vertrek van de verdachte en het ontbreken van overlast, het risico op herhaling klein maakten.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de bezwaren van verzoekers een redelijke kans van slagen hebben en schorste het besluit tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker 1 en tot vergoeding van griffierechten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst en de woning mag voorlopig open blijven.