ECLI:NL:RBROT:2024:5203
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring Omtrent het Gedrag voor rijinstructeur wegens zedendelict en verkeersdelicten
Eiser heeft een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor de functie van rijinstructeur, maar de minister heeft deze geweigerd vanwege een zedendelict uit 2012 en meerdere verkeersdelicten sinds 2022. Omdat zedendelicten een onbeperkte terugkijktermijn kennen, geldt voor eiser het verscherpte toetsingskader waarbij de weigering alleen kan worden opgeheven als deze evident disproportioneel is.
Eiser voert aan dat hij al bijna tien jaar als rijinstructeur werkt, een vlekkeloze staat van dienst heeft en dat het zedendelict dateert uit zijn minderjarigheid. Ook wijst hij op de lichte afdoening van verkeersdelicten en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder financiële problemen en het belang van behoud van zijn baan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het objectieve criterium is vervuld: de strafbare feiten vormen een risico voor de functie van rijinstructeur. Het subjectieve criterium weegt niet zwaarder omdat de verkeersovertredingen recent en talrijk zijn, en het zedendelict een verscherpt toetsingskader vereist. De weigering is niet evident disproportioneel, mede gezien de verantwoordelijkheid van een rijinstructeur voor de verkeersveiligheid.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S. Veling op 6 juni 2024.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de weigering van de VOG voor de functie van rijinstructeur.