ECLI:NL:RBROT:2024:521

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 januari 2024
Publicatiedatum
29 januari 2024
Zaaknummer
10650048 CV EXPL 23-22255
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming vaststellingsovereenkomst en betaling openstaande boete

De zaak betreft een geschil over de nakoming van een vaststellingsovereenkomst tussen eiser en gedaagde. Gedaagde had een woning gekocht van eiser, maar door het niet rondkrijgen van financiering ging de koop niet door. Gedaagde moest een contractuele boete betalen, maar kwam deze verplichting niet na.

Partijen kwamen een betalingsregeling overeen waarbij gedaagde maandelijks een bedrag zou voldoen. Na enkele maanden stopte gedaagde met betalen, waardoor het restant opeisbaar werd. Eiser vorderde betaling van het resterende bedrag van € 9.985,00 plus bijkomende kosten.

Gedaagde erkende de eis en wilde een betalingsregeling treffen, maar de kantonrechter oordeelde dat gedaagde gehouden is het volledige bedrag te voldoen. De incassokosten en wettelijke rente werden toegewezen. Proceskosten werden eveneens aan eiser toegekend. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 10.859,25 met rente en proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10650048 CV EXPL 23-22255
datum uitspraak: 12 januari 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van

1.[eiser01] ,

2. [eiser02] ,
woonplaats: [woonplaats01] ,
eisers,
gemachtigde: mr. E.A.J. Dekkers (ARAG SE),
tegen
[gedaagde01] ,
woonplaats: [woonplaats02] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] c.s.’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 2 augustus 2023, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de rolbeslissing van de kantonrechter van 15 september 2023;
  • de akte van [eiser01] c.s. met daarin een eisvermindering;
  • de rolbeslissing van de kantonrechter van 17 november 2023.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde01] heeft een woning van [eiser01] c.s. gekocht, maar omdat hij de financiering niet rond kreeg is de koop niet doorgegaan. [gedaagde01] moest daarom een contractuele boete aan [eiser01] c.s. betalen, maar dat heeft hij niet gedaan. Partijen zijn in overleg getreden en hebben vervolgens afgesproken dat [gedaagde01] nog € 15.500,00 aan [eiser01] c.s. zou betalen in maandelijkse termijnen van € 645,00. Na een paar maanden is [gedaagde01] echter gestopt met aflossen. Het restant van de schuld is daarom in zijn geheel opeisbaar geworden. Na een eisvermindering eist [eiser01] c.s. in deze zaak betaling van € 9.985,00 met bijkomende kosten.
2.2.
[gedaagde01] heeft de eis erkend en wil graag een betalingsregeling treffen.
2.3.
De kantonrechter stelt [eiser01] c.s. in het gelijk. Hierna wordt toegelicht waarom.
[gedaagde01] moet nog een bedrag aan [eiser01] c.s. betalen
2.4.
[gedaagde01] heeft de door [eiser01] c.s. gestelde afspraken en de schending daarvan erkend. Gelet op de betalingen die hij wel heeft gedaan in het kader van de vaststellingsovereenkomst, staat er nog € 9.985,00 aan hoofdsom open. [gedaagde01] wordt veroordeeld dit bedrag aan [eiser01] c.s. te betalen.
2.5.
De incassokosten van € 874,25 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
2.6.
De rente wordt toegewezen over € 10.485,00 (de openstaande hoofdsom d.d. 1 juli 2023), omdat [eiser01] c.s. genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist.
2.7.
De kantonrechter kan aan partijen geen betalingsregeling opleggen. Het is aan partijen om – indien gewenst – zelf afspraken daarover te maken.
Proceskosten
2.8.
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiser01] c.s. tot vandaag vast op € 131,90 aan dagvaardingskosten, € 244,00 aan griffierecht, € 396,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt × € 396,00) en € 132,00 aan nakosten (½ punt × € 396,00 met een maximum van € 132,00). Dit is totaal € 903,90. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend.
2.9.
Er wordt geen wettelijke rente over de proceskosten toegewezen. [eiser01] c.s. heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet toegelicht waarom hij dit bij dagvaarding niet eist, maar bij zijn latere akte wel. Gelet op het voorgaande gaat de kantonrechter ervan uit dat [eiser01] c.s. bij voornoemde akte zijn eis enkel wilde verminderen en niet wilde vermeerderen. Voor wat betreft de proceskosten wordt daarom aansluiting gezocht bij de eis zoals omschreven in de dagvaarding.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiser01] c.s. te betalen € 10.859,25 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 10.485,00 vanaf 1 juli 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser01] c.s. tot vandaag worden vastgesteld op € 903,90;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
43416