ECLI:NL:RBROT:2024:5230
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning in Rotterdam
Eiser is eigenaar van een portiekwoning uit 1960 in Rotterdam en betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €286.000, stellende dat de waarde rond €250.000 ligt vanwege de slechte ligging, achterstandswijk en matige onderhoudsstaat.
De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van het door de heffingsambtenaar overgelegde taxatierapport, fotorapportage, indexatierapport en een matrix met vergelijkingsobjecten. De woning is vergeleken met vergelijkbare portiekwoningen in dezelfde buurt en hetzelfde blok.
Hoewel eiser wijst op gebreken zoals verweerde kozijnen, oordeelt de rechtbank dat deze niet zodanig zijn dat de waarde substantieel moet worden verlaagd, mede omdat vergelijkingsobjecten dezelfde gebreken vertonen. De rechtbank wijst ook op het recht van de heffingsambtenaar om de onderbouwing te wijzigen, mits de eiser hierop kan reageren.
De aangeleverde makelaarswaarderingen van eiser zijn onvoldoende onderbouwd en onduidelijk qua datum, waardoor deze niet overtuigend zijn. Een taxateur hoeft niet verplicht ter plaatse te komen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde blijft staan en eiser geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €286.000 wordt ongegrond verklaard.