Op 23 april 2022 botsten twee personenauto's nabij een wegversmalling. [Verzoekster] was bestuurder van de ene auto, terwijl [naam 1] de andere bestuurde. Nationale-Nederlanden is de WAM-verzekeraar van de auto van [naam 1]. In een eerdere deelgeschilprocedure werd vastgesteld dat [naam 1] voor 50% aansprakelijk is en dat Nationale-Nederlanden 50% van de schade moet vergoeden.
[Verzoekster] wil hoger beroep instellen en verzoekt daarom een voorlopig getuigenverhoor om de feiten nader te onderzoeken. Zij wil onder ede horen: zichzelf, [naam 1], [naam 2], een vermeende bijrijder van [naam 1] en [naam 3], die het ongeval heeft zien gebeuren. Nationale-Nederlanden betwist het bestaan van een bijrijder en stelt dat sommige verklaringen al bekend zijn.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek voldoet aan de wettelijke eisen en wijst het toe. Er is voldoende belang bij het horen van genoemde getuigen, vooral omdat het rapport van Bosscha Ongevallenanalyse B.V. slechts beperkte schriftelijke verklaringen bevat. Ook het zelfstandig tegenverzoek van Nationale-Nederlanden om tijdens het verhoor vragen te mogen stellen over de schade wordt toegewezen uit proceseconomische overwegingen.
De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De rechtbank beveelt het voorlopig getuigenverhoor en bepaalt dat de getuigen in het gerechtsgebouw worden gehoord op een nader te bepalen datum.