Op 9 februari 2024 werd verdachte betrapt op het vervoeren van ongeveer 26 kilogram cocaïne in een speciaal geconstrueerde verborgen ruimte in zijn auto te Rotterdam. De verdachte moest de drugs afleveren aan onbekende derden op een nader aan te wijzen locatie. De politie voorkwam de aflevering en nam de auto in beslag.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte een wezenlijke rol vervulde in de cocaïnehandel en dat het feit ernstig is vanwege de maatschappelijke impact en de risico's voor volksgezondheid en veiligheid. Uit het strafblad bleek dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld.
De officier van justitie eiste 42 maanden gevangenisstraf, maar de rechtbank legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De strafvermindering is mede gebaseerd op de bekennende houding van verdachte en zijn intentie om zijn leven positief te veranderen.
Daarnaast verklaarde de rechtbank de auto verbeurd vanwege het gebruik ervan bij het plegen van het strafbare feit. Een geldbedrag van €1000,- wordt aan verdachte teruggegeven. De straf wordt verminderd met de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.