De besloten vennootschap Katwijkse Ontwikkelings Maatschappij B.V. (KOM) verzoekt de rechtbank Rotterdam om de vereffening van een eerder ontbonden vennootschap te heropenen en een vereffenaar te benoemen. KOM baseert dit verzoek op artikel 2:23c BW, omdat zij een vordering van € 69.998,50 stelt te hebben op de vennootschap, voortvloeiend uit een vaststellingsovereenkomst uit 2004.
De rechtbank stelt vast dat de vennootschap op 24 februari 2012 is ontbonden, maar dat er na dat tijdstip nog een vordering en mogelijk baten bestaan. De verweerster betwist het belang van KOM omdat er geen baten zouden zijn, maar de rechtbank oordeelt dat deze jurisprudentie niet van toepassing is op deze situatie, die niet faillissement betreft. KOM heeft bovendien aannemelijk gemaakt dat er baten zouden kunnen zijn, mede door het niet vestigen van een hypotheekrecht op een stuk grond.
De rechtbank wijst het verzoek toe en benoemt mr. S.A. van Aalst tot vereffenaar. De voormalige bestuurder, de heer [persoon A], wordt niet als vereffenaar benoemd vanwege belangenconflicten en onvoldoende adequaat handelen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de vereffenaar moet haar benoeming inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.