ECLI:NL:RBROT:2024:5342
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing VOG-aanvraag voor wijkraadslid wegens justitiële antecedenten
Eiser heeft op 18 oktober 2023 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor de functie van wijkraadslid bij de gemeente Rotterdam. De minister voor Rechtsbescherming heeft deze aanvraag op 9 januari 2024 afgewezen en het bezwaar van eiser op 4 april 2024 ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang omdat eiser zonder VOG niet benoemd kon worden en zijn plek in de wijkraad aan een ander zou worden gegeven. Na zitting besloot de voorzieningenrechter ook meteen op het beroep, omdat nader onderzoek niet zou bijdragen aan de beoordeling.
De minister mocht in redelijkheid het screeningsprofiel 'politieke ambtsdragers' toepassen, gekozen door de gemeente Rotterdam. Eiser was binnen de terugkijktermijn van tien jaar veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder oplichting en valsheid in geschrifte. De minister heeft het risico voor de samenleving zwaarder mogen wegen dan het belang van eiser. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.