Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 januari 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de repliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
VGZ Zorgverzekeraar vordert betaling van een deel van de openstaande premieachterstand en zorgnota’s van gedaagde. Gedaagde erkent de schuld maar stelt dat het niet voortzetten van de automatische incasso door bankwissel onopgemerkt bleef en dat VGZ onvoldoende gelegenheid bood voor het hervatten van de betalingsregeling.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de achterstand en rente moet betalen omdat hij zelf verantwoordelijk is voor het niet voortzetten van de automatische incasso. Er bestaat geen vaststaand recht op een betalingsregeling. Communicatie via e-mail is voldoende, en gedaagde heeft niet gesteld de berichten niet te hebben ontvangen.
De gevorderde incassokosten worden afgewezen omdat de veertiendagenbrief een te hoog bedrag noemt, waardoor deze niet aan de wettelijke eisen voldoet. De vordering wordt echter alsnog toegewezen voor €2.500,- met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.500,- met rente en proceskosten, incassokosten worden afgewezen.