De huurder [persoon A] verhuurde een woning van Stichting Qua Wonen en veroorzaakte ernstige overlast aan omwonenden. Deze overlast bestond uit stank van katten, aanloop van kopers, het maken van opnames van buren, verspreiden van berichten op social media, valse meldingen en betrokkenheid bij burenruzies. Diverse omwonenden hebben klachten ingediend die door de rechtbank als voldoende bewezen zijn beschouwd.
Hoewel [persoon A] erkende dat er overlast was, stelde zij dat zij inmiddels geen katten meer hield en dat sommige klachten onjuist waren. De rechtbank oordeelde echter dat de tekortkomingen ernstig en structureel waren en dat uitlatingen op social media en conflicten met de buurman niet de overlast rechtvaardigen. Mediation had geen oplossing gebracht.
De belangen van het minderjarige kind van [persoon A] werden meegewogen, maar omdat het kind uit huis was geplaatst, werd een ontruimingstermijn van veertien dagen passend geacht. De tegenvordering van [persoon A] om Qua Wonen te verplichten een procedure tegen haar buurman te starten werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
De huurovereenkomst werd ontbonden en [persoon A] werd veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de proceskosten van €1.022,85. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.