De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een jeugdhulpaccommodatie voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De minderjarige verbleef op een gesloten groep en de kinderrechter had eerder een machtiging verleend voor uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie.
Tijdens de mondelinge behandeling waren de ouders, de minderjarige en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig. De moeder kon geen stabiele woonplek bieden vanwege dakloosheid, de vader stemde in met het verzoek en was bereid de minderjarige op te nemen. De instelling gaf aan dat de minderjarige na de gesloten plaatsing naar de vader zou gaan en dat onderwijs en dagbesteding geregeld moesten worden.
De kinderrechter overwoog dat de minderjarige zich positief had ontwikkeld en klaar was voor een vervolgstap. Omdat geen passende open groep als tussenstap was gevonden, zou de minderjarige na afloop van de gesloten machtiging bij de vader worden geplaatst, waarvoor geen machtiging nodig is. Daarom wees de kinderrechter het verzoek af, met het advies om onderwijs, dagbesteding en ondersteuning voor de vader te regelen.
De beschikking is op 28 mei 2024 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter P. Vlaardingerbroek en griffier M.C.J. Holierhoek. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.