De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering om een machtiging te verkrijgen voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige geboren in 2008. De minderjarige verblijft momenteel in een gesloten accommodatie en is eerder onder toezicht gesteld tot februari 2025. De GI vraagt om verlenging van de gesloten plaatsing voor vijf maanden, omdat de minderjarige stabilisatie en veiligheid nodig heeft.
De minderjarige verzet zich tegen de verlenging en wil terug naar een open groep. Zij erkent incidenten van agressie en onveiligheid, maar ontkent de zorgen over seksueel wervend gedrag. De kinderrechter constateert dat de minderjarige ernstige gedragsproblemen vertoont, waaronder fysiek agressief gedrag en brandstichting, en dat zij zich onveilig voelt in open groepen. De vader, die het ouderlijk gezag heeft, is niet verschenen op de zitting.
De kinderrechter oordeelt dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is om te voorkomen dat de minderjarige zich onttrekt aan de hulp die zij nodig heeft. Gezien de ernst van de problemen en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven, wordt de machtiging voor gesloten plaatsing voor de periode van vijf maanden verleend. De GI wordt opgedragen een passende vervolgplek te zoeken. De beschikking is op 28 mei 2024 uitgesproken en schriftelijk vastgelegd op 4 juni 2024.