Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2024 in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaatsnaam 1], eiseres
[naam 2], uit [plaatsnaam 2], ex-werkneemster
Rechtbank Rotterdam
Eiseres betwistte het door het UWV genomen besluit om de WIA-uitkering van ex-werkneemster te vervroegen naar de datum van einde wachttijd (EWT), omdat volgens haar onvoldoende is aangetoond dat ex-werkneemster medisch verschoonbaar niet meewerkte aan het onderzoek.
De rechtbank oordeelt dat de rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen deugdelijke, op zorgvuldig onderzoek gebaseerde motivering bevatten voor de conclusie dat ex-werkneemster niet meewerkte vanwege medische redenen. Ook is geen medisch objectiveerbare reden vastgesteld en is ex-werkneemster niet gehoord.
Daarom wordt het beroep van eiseres gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de wijziging van de ingangsdatum van de WIA-uitkering betreft. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de gebreken worden hersteld.
Verder veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres, inclusief de kosten van een ingeschakelde verzekeringsarts, waarbij de rechtbank het aantal uren en uurtarieven matigt conform het Besluit tarieven in strafzaken.
Het beroep tegen het eerdere bestreden besluit 1 wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres geen belang heeft bij de beoordeling daarvan.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit 2 is gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de wijziging van de ingangsdatum van de WIA-uitkering betreft.