De rechtbank Rotterdam heeft op 28 maart 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die gedurende drie maanden 56 e-mails stuurde naar de burgemeester van Rotterdam. Deze berichten waren dreigend en hadden het oogmerk de burgemeester te dwingen en vrees aan te jagen. De verdachte hield een persoonlijke grief tegen de burgemeester en had eerder al een contactverbod opgelegd gekregen wegens belaging.
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte wederrechtelijk en stelselmatig inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van de burgemeester. De gedragingen zijn strafbaar en de verdachte is strafbaar. Deskundigen stelden vast dat de verdachte leed aan een borderline persoonlijkheidsstoornis met schizotypische trekken en cannabisgebruik, waardoor hij verminderd toerekeningsvatbaar is.
De rechtbank legt een taakstraf van 100 uur op, een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 175 voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, en een vrijheidsbeperkende maatregel ex art. 38v Sr voor 5 jaar met contact- en locatieverboden. De maatregel is dadelijk uitvoerbaar en overtredingen worden bestraft met vervangende hechtenis. De verdachte moet onder reclasseringstoezicht blijven en meewerken aan behandeling en schuldhulpverlening.
De straf en maatregelen zijn gebaseerd op de ernst van het feit, de herhaling, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het belang van bescherming van het publieke belang en de burgemeester. De rechtbank acht de opgelegde sancties passend en geboden.