Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- [schuldeiser 1], hierna te noemen: [schuldeiser 1];
- [schuldeiser 2], hierna te noemen: [schuldeiser 2],
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287a lid 1 Faillissementswet om twee schuldeisers te dwingen in te stemmen met een door hem aangeboden schuldregeling. De regeling voorziet in betaling van 100% van de vorderingen aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker, die momenteel via een uitzendbureau werkt en binnenkort in vaste dienst hoopt te treden.
Vijf schuldeisers stemden in met de regeling, maar twee schuldeisers, die samen een relatief klein bedrag vorderen, stemden niet in. Zij vinden dat de volledige vordering binnen 36 maanden kan worden voldaan en dat er geen sprake is van een problematische schuldenlast. Verzoeker heeft geen nieuwe schulden gemaakt en voldoet aan zijn verplichtingen.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker geen uitzichtloze of problematische schuldsituatie heeft, mede omdat hij al een aanzienlijk bedrag heeft gereserveerd en zijn afloscapaciteit voldoende is om binnen enkele maanden de volledige schuldenlast te voldoen. De belangen van de weigerende schuldeisers wegen zwaarder dan die van verzoeker. Daarom wordt het verzoek tot gedwongen schuldregeling afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van problematische schuldenlast.