AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ontvankelijkheid bij onjuiste partijaanduiding in dagvaarding tegen bewindvoerder
Eisers hebben een woning gekocht van de gedaagde en na levering gebreken geconstateerd waarvoor zij aansprakelijkheid stelden. Bij verstekvonnis is de gedaagde veroordeeld tot betaling, maar deze staat onder bewind, waardoor executie niet mogelijk is. Eisers starten een nieuwe procedure tegen de bewindvoerder Veritas.
Veritas stelt dat eisers niet ontvankelijk zijn omdat zij Veritas niet in haar hoedanigheid van bewindvoerder hebben gedagvaard. De kantonrechter oordeelt echter dat ondanks het ontbreken van deze hoedanigheid in de dagvaarding, het voor Veritas duidelijk was dat zij als bewindvoerder werd betrokken.
Het verzuim van eisers wordt gezien als excessief formalisme en strijdig met artikel 6 EVRMPro. Daarom worden eisers ontvankelijk verklaard en wordt de zaak aangehouden voor verdere behandeling, waarbij Veritas wordt verzocht een inhoudelijk verweer in te dienen en partijen hun beschikbaarheid voor een zitting door te geven.
Uitkomst: Eisers worden ontvankelijk verklaard ondanks onjuiste partijaanduiding; zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10813761 CV EXPL 23-31688
datum uitspraak: 24 mei 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
1..[eiser 1] ,
en
2. [eiser 2],
beiden wonende te Rhoon,
eisers,
gemachtigde: mr. R.J.A. Kuijpers, werkzaam bij DAS,
tegen
Stichting Veritas Vertegenwoordiging, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [gedaagde] ,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. E. Kattestaart.
De partijen worden hierna ‘ [eiser 1] c.s.’ en ‘Veritas’ genoemd.
1..De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 15 november 2023, met producties;
het antwoord, met producties;
de repliek;
de dupliek.
1.2.
De datum van het vonnis is bepaald op vandaag.
2..Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiser 1] c.s. hebben op 19 april 2021 van [gedaagde] (hierna: [gedaagde] ) een woning gekocht. [eiser 1] c.s. hebben na de levering gebreken geconstateerd en hebben [gedaagde] hiervoor aansprakelijk gesteld. [gedaagde] heeft aansprakelijkheid van de hand gewezen. [eiser 1] c.s. zijn tegen [gedaagde] een procedure gestart. Bij verstekvonnis van 30 augustus 2023 is [gedaagde] veroordeeld om aan [eiser 1] c.s. te betalen € 16.565,00 met rente en proceskosten.
2.2.
[gedaagde] staat echter sinds 17 mei 2023 onder bewind, met benoeming van Veritas als bewindvoerder, hetgeen aan [eiser 1] c.s. via de openbare registers kenbaar had kunnen zijn. [eiser 1] c.s. kunnen daarom het verstekvonnis van 30 augustus 2023 niet executeren.
2.3.
[eiser 1] c.s. zijn thans een nieuwe procedure gestart tegen Veritas.
Veritas is van mening dat [eiser 1] c.s. niet ontvankelijk moeten worden verklaard, omdat zij Veritas niet in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [gedaagde] hebben gedagvaard.
2.4.
De kantonrechter oordeelt dat [eiser 1] c.s. ontvankelijk zijn in hun vordering en wil de zaak met partijen bespreken. Hierna zal deze beslissing worden toegelicht.
3..Beoordeling
Ontvankelijkheid
3.1.
[eiser 1] c.s. zijn ontvankelijk in hun vordering. Het enkele feit dat in de aanhef van de dagvaarding niet is vermeld dat Veritas in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde] in rechte wordt betrokken, staat niet aan ontvankelijkheid in de weg.
3.2.
Een onjuiste partij aanduiding in de dagvaarding dan wel het dagvaarden van een verkeerde partij behoeft niet altijd tot niet-ontvankelijkheid te leiden. Voorop staat dat het gaat om de kenbaarheid voor partijen, het moet voor alle betrokkenen in de gegeven omstandigheden duidelijk zijn welke partij in rechte wordt betrokken en in welke hoedanigheid. Daarbij is beslissend wat betrokkenen hebben begrepen of redelijkerwijs hebben moeten begrijpen. [1]
3.3.
In de dagvaarding is duidelijk vermeld dat [eiser 1] c.s. een vordering hebben tegen [gedaagde] , dat [gedaagde] onder bewind staat en dat Veritas de bewindvoerder van [gedaagde] is. Voorts is in de dagvaarding opgenomen dat [eiser 1] c.s. Veritas ex artikel 1:441 lidPro BW in rechte betrekken en dat de gronden van de vordering niet veranderen en gelijk blijven aan de gronden die in de dagvaarding die tegen [gedaagde] is uitgebracht (en als productie 1 in het geding is gebracht) zijn opgenomen. Op grond hiervan moet het redelijkerwijs voor Veritas duidelijk zijn geweest dat zij niet zelf, maar in haar hoedanigheid van bewindvoerder in rechte werd betrokken.
3.4.
Het moet als een verzuim worden aangemerkt dat [eiser 1] c.s. niet in de kop van de dagvaarding hebben vermeld in welke hoedanigheid Veritas is gedagvaard. Omdat het voor Veritas echter redelijkerwijs duidelijk moet zijn geweest dat zij in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [gedaagde] in rechte werd betrokken, kan dit verzuim niet leiden tot niet-ontvankelijkheid. Het niet-ontvankelijk verklaren van [eiser 1] c.s. zou onder deze omstandigheden moeten worden aangemerkt als “excessief formalisme” hetgeen in strijd zou zijn met artikel 6 EVRMPro. [2] Als partijen zullen dan ook worden aangemerkt [eiser 1] c.s. en Veritas in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [gedaagde] , zoals ook in de kop van het vonnis opgenomen.
Mondelinge behandeling
3.5.
De kantonrechter wil de zaak met de partijen bespreken op een zitting.
De partijen krijgen op de zitting de mogelijkheid om hun kant van het verhaal te vertellen. Ook stelt de kantonrechter vragen en onderzoekt of de partijen samen tot een oplossing kunnen komen.
3.6.
Veritas heeft nog niet inhoudelijk gereageerd op de vordering van [eiser 1] c.s.. Veritas wordt daarom verzocht om haar inhoudelijke verweer tegen de vordering schriftelijk in te dienen. Veritas dient er daarbij zorg voor te dragen dat de kantonrechter en [eiser 1] c.s. het betreffende stuk uiterlijk tien dagen voor de dag van de zitting hebben ontvangen.
3.7.
Bij het plannen van de zitting wil de rechtbank zoveel mogelijk rekening houden met de agenda van de partijen. Daarom wordt nu eerst aan de partijen gevraagd de kantonrechter te laten weten op welke ochtenden en/of middagen in de komende maanden zij echt niet naar een zitting kunnen komen. Ook wil de kantonrechter graag de e-mailadressen van de partijen ontvangen.
3.8.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4..De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
bepaalt dat de partijen uiterlijk op woensdag 5 juni 2024moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden juli, augustus en september 2024 zij echt niet naar een zitting kunnen komen en hun e-mailadres moeten opgeven;
4.2.
bepaalt dat Veritas haar inhoudelijke verweer schriftelijk moet indienen, met dien verstande dat dit uiterlijk tien dagen voor de zitting door de kantonrechter en [eiser 1] c.s. moet zijn ontvangen;
4.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
754
Voetnoten
1.HR 22 oktober 2004, NJ 2006,202 m.nt. H.J. Snijders
2.EHRM 28-06-2005, EHRC 2005/94, m. nt. F. Fernhout; EHRM 24-05-2006, EHRC 2006/97, m. nt. F. Fernhout