ECLI:NL:RBROT:2024:5759

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 juni 2024
Publicatiedatum
20 juni 2024
Zaaknummer
10974199 CV EXPL 24-6551
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande factuur en incassokosten na opzegging afvalcontainerovereenkomst

Gedaagden hadden een overeenkomst met MKB-Afval.nl B.V. voor het gebruik van een afvalcontainer die geleegd werd door MKB-Afval. Op 5 januari 2022 zegden gedaagden de overeenkomst op. Volgens MKB-Afval moesten gedaagden nog een factuur van € 33,28 voor februari 2022 betalen. Gedaagden betwistten dit omdat de container op 31 januari 2022 was opgehaald.

De kantonrechter oordeelde dat tussen partijen een opzegtermijn van één maand gold, zoals vermeld in de algemene voorwaarden. Hierdoor liep de overeenkomst door tot 28 februari 2022 en moesten gedaagden voor die maand betalen, ongeacht het feit dat de container eerder was opgehaald. De keuze om de container eerder te laten legen en ophalen was van gedaagden zelf.

Daarnaast werden incassokosten van € 40,- toegewezen omdat aan de wettelijke voorwaarden was voldaan. Ook werd de wettelijke rente toegewezen omdat MKB-Afval dit voldoende had onderbouwd en gedaagden dit niet hadden betwist. Gedaagden werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van in totaal € 342,37. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de openstaande factuur, incassokosten, rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10974199 CV EXPL 24-6551
datum uitspraak: 7 juni 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
MKB-Afval.nl B.V.,
vestigingsplaats: Alkmaar,
eiseres,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V.,
tegen
[gedaagde 1],
en
[gedaagde 2],
voorheen handelend onder de naam [bedrijf A] ,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagden,
die zelf procederen.
De partijen worden hierna ‘MKB-Afval’ en ‘gedaagden’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 29 februari 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek;
  • de dupliek.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Gedaagden hadden met MKB-Afval een overeenkomst. De overeenkomst hield in dat gedaagden de beschikking kregen over een afvalcontainer die door MBK Afval werd geleegd. Op 5 januari 2022 hebben gedaagden de overeenkomst opgezegd. Volgens MBK Afval moeten gedaagden nog € 33,28 (de factuur van februari 2022) aan haar betalen. Gedaagden zijn het daar niet mee eens, omdat de container op 31 januari 2022 is opgehaald. De kantonrechter wijst de eis van MKB-Afval toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Gedaagden moeten de factuur van € 33,28 betalen
2.2.
Gedaagden moeten de factuur van € 33,28 aan MKB-Afval betalen. Vaststaat dat gedaagden de overeenkomst op 5 januari 2022 hebben opgezegd. Tussen partijen is een opzegtermijn van één maand afgesproken. Dit blijkt uit artikel 10.3 van de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden. De overeenkomst tussen MKB-Afval en gedaagden eindigde dus op 28 februari 2022. Gedaagden moeten daarom ook voor de maand februari 2022 betalen.
2.3.
Dat de container op 31 januari 2022 is opgehaald maakt niet dat gedaagden de factuur voor de maand februari 2022 niet hoeven te betalen. Uit de door MKB-Afval overgelegde correspondentie tussen partijen blijkt dat de container eerst op 25 februari 2022 voor de laatste keer zou worden geleegd, maar dat het de eigen keuze is geweest van gedaagden om de container voor de laatste keer op 28 januari 2022 te laten legen en op 31 januari 2022 te laten ophalen, omdat zij vanaf die datum niet meer aanwezig zouden zijn op de locatie.
Gedaagden moeten incassokosten van € 40,- betalen
2.4.
De incassokosten van € 40,- worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
Gedaagden moeten rente betalen
2.5.
De rente wordt toegewezen, omdat MKB-Afval genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en gedaagden dat niet hebben betwist.
Gedaagden moeten de proceskosten betalen
2.6.
Gedaagden moeten de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van MKB-Afval op € 112,37 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 342,37. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat MKB-Afval dat eist en gedaagden daar niet op hebben gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om aan MKB-Afval te betalen € 79,43 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 33,28 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten, die aan de kant van MKB-Afval worden begroot op € 342,37;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
26975