In deze zaak tussen The Lee Towers B.V. en een huurder uit Rotterdam heeft de kantonrechter in een tussenvonnis geoordeeld dat de overeengekomen huurprijswijzigingsbepaling oneerlijk is. Dit oordeel volgt uit de beoordeling dat de bepaling de verhuurder het recht geeft om de huur te verhogen boven een redelijke marktverwachting, zonder voldoende rechtvaardiging.
De kantonrechter stelt dat een redelijke huurverhoging doorgaans gebaseerd is op de consumentenprijsindex plus één procentpunt, en dat een verdere stijging niet gerechtvaardigd is. De bepaling is daarom vernietigd, met als gevolg dat alle huurverhogingen komen te vervallen en de oorspronkelijke kale huurprijs van € 1.110,- blijft gelden.
Omdat er onvoldoende gegevens zijn over de betalingen van de huurder, wordt The Lee Towers in de gelegenheid gesteld om een gedetailleerd overzicht te overleggen van de huurachterstand, uitgesplitst naar oorspronkelijke huurprijs, servicekosten en ontvangen betalingen. De zaak is verwezen naar een rolzitting op 20 juni 2024 voor nadere behandeling.
De kantonrechter benadrukt dat het niet van belang is of de verhuurder daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot huurverhoging; het gaat om de verstoring van het evenwicht in de overeenkomst op het moment van sluiten. Ook is het niet mogelijk om de bepaling inhoudelijk te splitsen. De sanctie van vernietiging volgt uit de richtlijn 93/13 en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU, die geen wijziging of gedeeltelijke toepassing van oneerlijke bepalingen toestaat.