ECLI:NL:RBROT:2024:5796

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 juli 2024
Publicatiedatum
23 juni 2024
Zaaknummer
10705563 CV EXPL 23-25368
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering schadevergoeding na beëindiging huurovereenkomst wegens schade aan gehuurde woning

De rechtbank Rotterdam behandelde een civiele zaak waarin eiseres vorderde dat gedaagde schadevergoeding zou betalen voor schade aan een gehuurde woning na beëindiging van de huurovereenkomst. Gedaagde had de woning met schade opgeleverd en erkende een deel van de schade, maar betwistte de hoogte en stelde dat zij reeds een deel had betaald en verbeteringen had aangebracht.

De rechtbank oordeelde dat gedaagde €1.350,- schadevergoeding verschuldigd is, waarvan reeds €540,06 was betaald en correct in mindering is gebracht. Het verweer dat betaling pas verplicht is na een officiële offerte werd verworpen. Ook het beroep op verrekening wegens vermeende verbeteringen faalde wegens onvoldoende onderbouwing.

Daarnaast werden incassokosten van €245,03 en wettelijke rente toegewezen. De proceskosten van €529,49 werden eveneens aan eiseres toegekend. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: Gedaagde moet €1.104,13 schadevergoeding, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten betalen aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10705563 CV EXPL 23-25368
datum uitspraak: 5 juli 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: [woonplaats 1],
eiseres,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats 2],
gedaagde,
procederend in persoon.
De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 21 augustus 2023, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de akte van [eiseres] van 1 december 2023, met bijlagen;
  • de akte van [gedaagde] van 6 december 2023, met bijlagen.
1.2.
Op 4 juni 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was [eiseres] aanwezig. [gedaagde] is, hoewel zij daarvoor op de juiste wijze is opgeroepen, zonder bericht, niet verschenen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] verhuurde aan [gedaagde] een woning. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] de woning na beëindiging van de huurovereenkomst met schade opgeleverd. [eiseres] wil dat [gedaagde] deze schade en bijkomende kosten vergoedt. In totaal vordert [eiseres] € 1.104,13 van [gedaagde]. [eiseres] krijgt gelijk. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet de schade aan het gehuurde vergoeden
2.2.
[gedaagde] moet € 1.350,- schadevergoeding betalen aan [eiseres]. [eiseres] stelt dat [gedaagde] voor dit bedrag schade heeft toegebracht aan het gehuurde. [gedaagde] heeft dat erkend. Het verweer van [gedaagde] dat zij al een deel van de schade, ongeveer € 500,- heeft betaald, slaagt niet. [eiseres] heeft uitgelegd dat [gedaagde] inderdaad € 540,06 aan [eiseres] heeft betaald, maar dat dit al is verwerkt in de vordering. Het standpunt van [gedaagde] dat zij pas hoeft te betalen zodra [eiseres] een officiële (in plaats van een handgeschreven) offerte van een aannemer heeft overgelegd, wordt ook niet gevolgd en doet niet af aan haar betalingsverplichting tegenover [eiseres]. [gedaagde] voert verder aan dat zij verbeteringen heeft aangebracht aan de woning. Voor zover [gedaagde] daarmee bedoelt een beroep te doen op verrekening van enig voordeel op grond van ongerechtvaardigde verrijking heeft [gedaagde] dit op geen enkele manier geconcretiseerd. Bovendien heeft [eiseres] ter zitting betwist dat sprake is van verbeteringen aan het gehuurde. [gedaagde] heeft daar niet meer op gereageerd. Daarom heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd dat sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. Zij kan dus geen beroep doen op verrekening.
[gedaagde] moet incassokosten van € 245,03 betalen
2.3.
De incassokosten van € 245,03 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
[gedaagde] moet wettelijke rente betalen
2.4.
De wettelijke rente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen de rente van € 49,16 die [eiseres] heeft berekend tot 21 augustus 2023.
[gedaagde] moet € 1.104,13 aan [eiseres] betalen
2.5.
[eiseres] heeft de betaling van € 540,06 terecht eerst in mindering gebracht op de buitengerechtelijke kosten, daarna op de verschenen rente en tot slot op een deel van de hoofdsom (artikel 6:44 BW Pro). Dit betekent dat [gedaagde] het resterende bedrag aan hoofdsom van € 1.104,13 nog aan [eiseres] moet betalen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.6.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). Op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding had [gedaagde] de betaling(en) niet (volledig) voldaan, terwijl [eiseres] haar al wel had aangemaand om te betalen. [eiseres] is dus niet nodeloos tot dagvaarden overgegaan. De kantonrechter begroot de proceskosten aan de kant van [eiseres] op € 130,49 aan dagvaardingskosten, € 214,- aan griffierecht, € 135,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 135,-). Omdat de gemachtigde van [eiseres] zich voorafgaand aan de zitting heeft onttrokken en daarom niet is verschenen op de zitting hoeft [gedaagde] daarvoor geen gemachtigdensalaris te betalen. [eiseres] is echter wel zelf verschenen op de zitting. De kosten daarvoor worden vastgesteld op het forfaitaire bedrag van € 50,- aan reis-, verblijf- en verletkosten. [gedaagde] moet in totaal € 529,49 aan proceskosten betalen. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 1.104,13 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 21 augustus 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 529,49 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
53954