ECLI:NL:RBROT:2024:5807

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 juni 2024
Publicatiedatum
24 juni 2024
Zaaknummer
ROT 24/3300
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:32 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn WIA-uitkering door het UWV, dat oordeelde dat hij slechts 10,63% arbeidsongeschikt is en daarom niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. Verzoeker vroeg de rechtbank om een voorlopige voorziening in de vorm van een voorschot op de uitkering, stellende dat hij financieel in acute problemen verkeert.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting en nam kennis van de medische stukken en rapportages van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Hoewel verzoeker geen concrete stukken over zijn financiële nood kon overleggen, werd een spoedeisend belang niet uitgesloten. Echter, gezien zijn woonsituatie bij zijn ouders, die een bijstandsuitkering ontvangen, achtte de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat verzoeker onmiddellijk in ernstige financiële problemen zou komen zonder voorschot.

De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en benadrukte dat verzoeker een bijstandsuitkering kan aanvragen, inclusief een voorschot daarop. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.V. van Baaren op 25 juni 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend financieel belang.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/3300

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juni 2024 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaatsnaam 1], verzoeker

(gemachtigde: mr. M.C.A. Schulpen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. T. Rook)
met als derde-partij:
[naam],uit [plaatsnaam 2] (de werkgever).

Inleiding

1.1.
Het UWV heeft met het primaire besluit van 19 januari 2024 een aanvraag van verzoeker om een WIA-uitkering afgewezen, omdat verzoeker 10,63% (en daarmee minder dan 35%) arbeidsongeschikt is. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de rechtbank verzocht tot het treffen van een voorlopige voorziening.
1.2.
Het UWV heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
Op 12 april 2024 is de werkgever aangemerkt als belanghebbende bij het verzoek om een voorlopige voorziening.
1.4.
Met de beslissing van 6 juni 2024 heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:32, tweede lid, van de Awb [1] bepaald dat de werkgever geen inzage krijgt in de medische stukken van verzoeker.
1.5.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 13 juni 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde en de gemachtigde van het UWV.

Het verzoek

2. Verzoeker voert aan dat hij het niet eens is met het primaire besluit. Hij is meer beperkt dan het UWV heeft vastgesteld. Verzoeker ontving hiervoor een ZW-uitkering, die is stopgezet. Hij heeft geen ander inkomen en zit financieel in de problemen. Hij is afhankelijk van derden en leent van hen geld om zijn vaste lasten te kunnen betalen. Er is sprake van een acute financiële noodsituatie. Verzoeker verwacht niet dat hij op korte termijn wel inkomen zal vergaren. Verzoeker wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat aan hem een voorschot wordt toegekend.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Omdat verzoeker geen toestemming heeft gegeven de gedingstukken die medische gegevens bevatten ter kennisname aan de werkgever te brengen, zal de voorzieningenrechter in de uitspraak geen medische informatie opnemen om te voorkomen dat de werkgever via deze weg alsnog kennisneemt van de medische situatie van verzoeker.
Spoedeisend belang?
4. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. Het UWV heeft het spoedeisend belang betwist, omdat niet gebleken is dat verzoeker financieel afhankelijk is van derden. Hij woont thuis en, zoals op zijn leeftijd gebruikelijk is, wordt hij onderhouden door zijn ouders. Er is geen sprake van een uithuiszetting of afsluiting van energielevering.
5. Verzoeker heeft op zitting uiteengezet dat hij financieel in de problemen komt omdat hij geen uitkering ontvangt. Hij heeft een achterstand bij de zorgverzekeraar van € 600,- en is niet in staat om zijn zorgverzekering te betalen. Ook heeft hij meerdere fysiobehandelingen nog niet betaald (die niet worden vergoed door zijn zorgverzekering) en kan hij zijn telefoonrekening niet meer betalen. Hoewel verzoeker zijn stellingen niet met stukken heeft onderbouwd, ziet de voorzieningenrechter toch aanleiding om een spoedeisend belang aan te nemen, zodat zij de zaak inhoudelijk zal beoordelen.
Oordeel over de zaak
6. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen. Op grond van de informatie die nu voorligt, de rapportages van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige, en de bij het bezwaarschrift ingediende medische stukken, is het niet aannemelijk dat verzoeker in de bezwaarprocedure alsnog een WIA-uitkering krijgt. Voor zover verzoeker nadere medische stukken heeft, wijst de voorzieningenrechter verzoeker er op dat het hem vrij staat die stukken in de bewaarprocedure alsnog in het geding te brengen.
7. Verzoeker heeft weliswaar geen inkomen, maar hij woont bij zijn ouders. Hoewel zijn ouders een bijstandsuitkering hebben, neemt de voorzieningenrechter aan dat zij hem voorlopig kunnen onderhouden. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij onmiddellijk in ernstige financiële problemen komt als hij geen voorschot krijgt. Ter zitting is besproken dat verzoeker een bijstandsuitkering kan aanvragen. Hij kan ook vragen om een voorschot daarop.

Conclusie en gevolgen

8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het UWV geen voorschotten hoeft te verstrekken aan verzoeker.
9. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.V. van Baaren, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2024.
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht