ECLI:NL:RBROT:2024:5827
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering wegens vermeende onvoldoende medewerking huisbezoek
Verzoekster heeft op 10 mei 2024 een bijstandsuitkering aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, welke is afgewezen omdat zij onvoldoende zou hebben meegewerkt aan een huisbezoek.
Na een gesprek op 24 mei 2024 wilde het college een huisbezoek afleggen, maar verzoekster kon hier niet op wachten vanwege een belangrijke afspraak over het verkrijgen van een postadres, noodzakelijk in verband met een dreigende huisuitzetting. Verzoekster had haar andere afspraak in het bijzijn van het college verzet naar een later tijdstip, maar het huisbezoek kon niet binnen het uur plaatsvinden zoals het college wenste.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang, omdat verzoekster geen inkomsten heeft en haar huur moet blijven betalen om ontruiming te voorkomen. Gezien de omstandigheden, waaronder haar angststoornis en de moratoriumprocedure bij de civiele rechter, acht de voorzieningenrechter het redelijk dat het college voorschotten verstrekt. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan verzoekster. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen en het college moet voorschotten verstrekken aan verzoekster.