ECLI:NL:RBROT:2024:5902
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing rijvaardigheidsonderzoek wegens onvoldoende grondslag mutatierapport
Verzoeker kreeg op 3 april 2024 een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd door het CBR op basis van een mutatierapport en een melding van overtredingen op 28 februari 2024. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het CBR ongegrond werd verklaard, waarna hij een voorlopige voorziening vroeg bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang omdat verzoeker de kosten van het onderzoek niet kon betalen en zijn rijbewijs nodig had voor gezinsritten. Het mutatierapport vermeldde dat verzoeker te hard zou hebben gereden en geen richtingaanwijzer gebruikte, maar bevatte onvoldoende concrete gegevens over de snelheid en omstandigheden.
De rechter concludeerde dat het mutatierapport onvoldoende grond bood voor het opleggen van het onderzoek, waardoor het beroep van verzoeker een redelijke kans van slagen had. Daarom werden het primaire en bestreden besluit geschorst tot twee weken na de uitspraak in het beroep. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het rijvaardigheidsonderzoek wordt geschorst vanwege onvoldoende onderbouwing en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.