ECLI:NL:RBROT:2024:5969

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 juni 2024
Publicatiedatum
28 juni 2024
Zaaknummer
C/10/680853 / KG ZA 24-567
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 556 lid 1 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis kort geding over ontruiming en levering voormalige echtelijke woning

In deze kort geding procedure vordert eiser dat gedaagde wordt verplicht mee te werken aan de levering van de voormalige echtelijke woning en deze uiterlijk 24 juni 2024 te ontruimen. De mondelinge behandeling vond plaats op 20 juni 2024, waarbij partijen met hun advocaten aanwezig waren. Ter zitting bereikten partijen overeenstemming over de ontruiming en levering, welke de voorzieningenrechter in het vonnis heeft vastgelegd.

De afspraken omvatten dat gedaagde uiterlijk 24 juni 2024 om 10:00 uur de woning verlaat en de sleutels overdraagt aan eiser, dat gedaagde op 26 juni 2024 de leveringsakte ondertekent of een machtiging verstrekt aan de notaris, en dat eiser een bedrag van €300 overmaakt voor hotelovernachtingen voor gedaagde. De gevorderde machtiging voor ontruiming met inzet van de sterke arm is afgewezen, omdat dit exclusief het terrein is van de deurwaarder.

De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde om de woning te verlaten en mee te werken aan de levering, bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van de handtekening bij gebreke van medewerking, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en compenseert de proceskosten tussen partijen. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming uiterlijk 24 juni 2024 en medewerking aan levering woning op 26 juni 2024, met vervangende machtiging bij niet-naleving.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/680853 / KG ZA 24-567
Vonnis in kort geding van 21 juni 2024
in de zaak van
[eiser],
wonende te Hendrik-Ido-Ambacht,
eiser,
advocaat mr. M.T. Wernsen te Voorburg,
tegen
[gedaagde],
wonende te Hendrik-Ido-Ambacht,
gedaagde,
advocaat mr. H.E. Visscher te Papendrecht.
Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 19 juni 2024, met producties 1 tot en met 20.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 20 juni 2024 plaatsgevonden. Op deze behandeling zijn partijen met hun advocaten verschenen. Ook zijn aan de zijde van [gedaagde] verschenen de tolk, mevrouw [persoon A] , en als toehoorders de heer [persoon B] en mevrouw [persoon C] .

2.Het geschil

2.1.
[eiser] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] te verplichten mee te werken aan de levering van de woning aan de [adres] ( [postcode] ) te Hendrik-Ido-Ambacht, door op 26 juni 2024 om 10.00 uur bij de notaris de leveringsakte te tekenen, danwel voor die datum een machtiging te ondertekenen waarmee zij de notaris toestemming geeft om namens haar die akte te ondertekenen, en te bepalen dat bij gebreke daarvan op 26 juni 2024 om 10.05 uur het in deze zaak te wijzen vonnis in de plaats treedt van de handtekening van [gedaagde] ;
II. te bepalen dat [gedaagde] uiterlijk 24 juni 2024 om 10.00 uur de woning aan de [adres] ( [postcode] ) te Hendrik-Ido-Ambacht moet hebben verlaten, en daarbij te bepalen dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt aan [eiser] van € 1.000,- voor iedere dag dat zij geen uitvoering geeft aan deze bepaling en daarbij te bepalen dat vanaf 24 juni 2024 om 10.00 uur [eiser] gerechtigd is om alle aanwezige spullen uit de woning aan de [adres] ( [postcode] ) te Hendrik-Ido-Ambacht te (laten) verwijderen en de sterke arm der wet in te schakelen om [gedaagde] de woning te doen verlaten.

3.De beoordeling

3.1.
Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt en hebben de voorzieningenrechter verzocht hun overeenstemming in dit vonnis vast te leggen, en om tevens een beslissing te nemen over de vordering om dit vonnis in de plaats te laten treden van de toestemming tot levering van [gedaagde] . Partijen hebben het volgende afgesproken:
  • [gedaagde] verlaat op 24 juni 2024 om uiterlijk 10:00 uur de woning, gelegen aan de [adres] ( [postcode] ) te Hendrik-Ido-Ambacht met alle zaken die zij mee wil nemen;
  • [gedaagde] zorgt ervoor dat [eiser] , eventueel middels bemiddeling van de heer [persoon B] , uiterlijk 24 juni 2024 om 10:00 uur de sleutels van de woning krijgt;
  • [eiser] draagt er zorg voor dat de woning daarna wordt leeggehaald;
  • [gedaagde] logeert in de nacht van 24 op 25 juni 2024 en de nacht van 25 op 26 juni 2024 bij de heer [persoon B] en mevrouw [persoon C] ;
  • [gedaagde] tekent op 26 juni 2024 om 10:00 uur de akte van levering van de woning bij de notaris of [gedaagde] ondertekent voordien een machtiging waarmee zij de notaris toestemming geeft om namens haar die akte te ondertekenen;
  • [eiser] maakt aan [gedaagde] uiterlijk op 22 juni 2024 € 300,00 over, zodat zij van dit geld voor de nacht van 26 op 27 juni 2024 en de nacht van 27 op 28 juni 2024 een hotel kan boeken.
3.2.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf, met inroeping van de sterke arm, uit te (doen) voeren, wordt afgewezen. Uit artikel 556 lid 1 Rv Pro volgt immers dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. De deurwaarder kan hiertoe met behulp van de veroordeling onder 4.1 besluiten, zoals ter zitting ook is besproken. [eiser] heeft daarnaast geen belang bij het opleggen van een dwangsom.
3.3.
De gevorderde indeplaatsstelling wordt toegewezen zoals in de beslissing is vermeld.
3.4.
Omdat partijen ex-partners zijn, worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk 24 juni 2024 om 10:00 uur de woning, gelegen aan de [adres] ( [postcode] ) te Hendrik-Ido-Ambacht, te verlaten met alle daarin aanwezige zaken die zij mee wil nemen, en om de sleutels af te geven aan [eiser] ,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] mee te werken aan de levering van de woning aan de [adres] ( [postcode] ) te Hendrik-Ido-Ambacht, door op 26 juni 2024 om 10:00 uur bij de notaris de leveringsakte te tekenen, danwel voor die datum een machtiging te ondertekenen waarmee zij de notaris toestemming geeft om namens haar die akte te ondertekenen,
4.3.
bepaalt dat dit vonnis op 26 juni 2024 om 10:05 in de plaats treedt van de handtekening van [gedaagde] in de akte van levering als zij niet aan de in 4.2 genoemde veroordeling voldoet,
4.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Koekebakker. Het is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. Th. Veling op 21 juni 2024.3608/1582