Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
- de vrouw;
- mr. Van der Zwam, voornoemd;
- de man;
- mr. Remport Urban, voornoemd.
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert de vrouw primair toestemming tot verkoop en levering van de woning en subsidiair het alleenrecht op het gebruik ervan. De man vordert in reconventie eveneens het alleenrecht op het gebruik van de woning. De voorzieningenrechter overweegt dat de verdeling van de woning in beginsel in een bodemprocedure plaatsvindt en dat spoedeisendheid voor een kort geding ontbreekt. Er bestaat een contractuele regeling voor verkoop en overdracht die niet is gevolgd.
Beide partijen vorderen het exclusieve gebruik van de woning, maar het belang van de man om in de woning te blijven totdat de verdeling plaatsvindt, weegt zwaarder. De man draagt de hypotheeklasten, verblijft sinds de relatiebreuk in de woning en verkeert door een ongeval in een kwetsbare positie waarvoor het verblijf in de woning van belang is. De man heeft bovendien als enige de sleutel, waardoor het exclusieve gebruik reeds feitelijk bij hem ligt.
De voorzieningenrechter wijst daarom de vorderingen af en compenseert de proceskosten tussen partijen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. Het vonnis is uitgesproken op 23 januari 2024 door mr. C. Bouwman.
Uitkomst: Vorderingen tot verdeling en exclusief gebruik van de woning worden afgewezen; de man mag in de woning blijven totdat de verdeling plaatsvindt.