ECLI:NL:RBROT:2024:5993

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 juni 2024
Publicatiedatum
28 juni 2024
Zaaknummer
11086417
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29a lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet tegen verstekvonnis in kort geding over huurovereenkomst

In deze zaak heeft de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam op 24 juni 2024 uitspraak gedaan in een verzetprocedure tegen een verstekvonnis in kort geding. Het verstekvonnis veroordeelde de huurder tot het binnen een dag herstellen en aangesloten houden van de gas-, warm water- en lichtvoorziening en tot het binnen een week indienen van een aanvraag voor omzettings- en omgevingsvergunning.

De huurder was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling van het kort geding en werd bij verstek veroordeeld. Nadat hij op 4 maart 2024 per e-mail op de hoogte werd gesteld van de inhoud van het vonnis, reageerde hij dat aan de veroordelingen was voldaan. De verzettermijn van vier weken begon toen te lopen en eindigde op 1 april 2024. De verzetdagvaarding werd echter pas op 3 mei 2024 uitgebracht, wat betekent dat de verzetprocedure buiten de termijn is ingesteld.

De kantonrechter verklaarde daarom het verzet niet-ontvankelijk en veroordeelde de huurder in de proceskosten van de verzetprocedure, vastgesteld op € 715,-. Hiermee is het verstekvonnis ongewijzigd in stand gebleven.

Uitkomst: Verzet van de huurder tegen het verstekvonnis is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzettermijn.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11086417 VV EXPL 24-243
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter op basis van artikel 29a lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op 24 juni 2024
in de (verzet) procedure in kort geding van
[eiseres],
woonplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. P.K. Singh,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. K. Yasar.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
De kantonrechter is mr. J.B. Smits en de griffier is mr. R.A.M. van der Heijde.
Aanwezig zijn:
  • [eiseres] (bijgestaan door een tolk), met mr. Singh,
  • [gedaagde] , met mr. Yasar.

1.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
1.1.
Bij verstekvonnis in kort geding (zaaknummer 10927446 VV EXPL 24-72), uitvoerbaar bij voorraad, is [gedaagde] veroordeeld:
- tot nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst door binnen een dag na het vonnis de gasvoorziening in het gehuurde te herstellen en de gas-, warm water-, en lichtvoorziening hersteld te houden, op straffe van verbeurte vorm een dwangsom van
€ 500,00 voor elke dag dat hieraan geen uitvoering wordt gegeven tot een maximum
€ 25,000,00;
- om binnen een week na het vonnis een complete aanvraag omzettings- en omgevingsvergunning bij de gemeente Rotterdam in te dienen tot legalisering van de bewoning van het gehuurde en een kopie van de aanvraag aan [eiseres] te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of deel van een dag dat [gedaagde] nalatig blijft aan deze veroordeling te voldoen, tot een maximum van
€ 15.000,00.
Met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
1.2.
[gedaagde] is het hiermee niet eens en heeft verzet gedaan tegen het verstekvonnis.
1.3.
[eiseres] heeft zich op het standpunt gesteld dat [gedaagde] niet-ontvankelijk verklaard moet worden in zijn verzet.
1.4.
Nadat dit met partijen is besproken, deelt de kantonrechter mee mondeling uitspraak te doen. De kantonrechter verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk in zijn verzet, om de volgende reden.
1.5.
De kantonrechter wijst erop dat het de eigen keuze is geweest van [gedaagde] om niet aanwezig te zijn bij de mondelinge behandeling op 22 februari 2024 en dat hij als gevolg daarvan bij verstek veroordeeld is bij vonnis van 29 februari 2024. In dat vonnis is [gedaagde] kort gezegd veroordeeld om twee dingen te doen, namelijk het weer aansluiten en aangesloten houden op alle nutsvoorzieningen en het binnen een week doen van een complete aanvraag omzettings- en omgevingsvergunning. Dat zijn de twee hoofd-veroordelingen. Toen hij met dit vonnis bekend is geworden, is de termijn gaan lopen om er verzet tegen te doen.
1.6.
Vaststaat dat op 4 maart 2024 om 15:18 uur een mail naar [gedaagde] is gestuurd, waarin enigszins geparafraseerd de twee dingen staan waartoe [gedaagde] veroordeeld is, waar het verstekvonnis als bijlage bijzat. In die mail is dus de globale inhoud van het vonnis weergegeven. Diezelfde dag om 16:09 uur reageert [gedaagde] per e-mail, waarin hij schrijft dat alle twee de dingen zijn geregeld. [gedaagde] is dus meegedeeld dat hij tot twee dingen is veroordeeld en antwoordt dat twee dingen zijn geregeld. Zodoende heeft [gedaagde] te kennen gegeven bekend te zijn met de globale inhoud van het vonnis. Het is een daad van bekendheid met het vonnis. Vanaf dat moment is de verzet termijn van vier weken gaan lopen. Uitgaande van 4 maart 2024 als begin van de verzet termijn, is deze termijn geëindigd op 1 april 2024. Het verzet is pas een maand later ingesteld, want de verzet dagvaarding is van 3 mei 2024. Dat betekent dat [gedaagde] niet-ontvankelijk is in zijn verzet.
1.7.
Ook deelt de kantonrechter mee dat [gedaagde] veroordeeld wordt in de proceskosten van [eiseres] in de verzetprocedure en dat deze kosten bepaald worden op € 715,- aan salaris voor haar gemachtigde.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk in zijn verzet;
2.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van de verzetprocedure, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 715,-.
Dit proces-verbaal is op 24 juni 2024 opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.