Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
- [eiseres] (bijgestaan door een tolk), met mr. Singh,
- [gedaagde] , met mr. Yasar.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam op 24 juni 2024 uitspraak gedaan in een verzetprocedure tegen een verstekvonnis in kort geding. Het verstekvonnis veroordeelde de huurder tot het binnen een dag herstellen en aangesloten houden van de gas-, warm water- en lichtvoorziening en tot het binnen een week indienen van een aanvraag voor omzettings- en omgevingsvergunning.
De huurder was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling van het kort geding en werd bij verstek veroordeeld. Nadat hij op 4 maart 2024 per e-mail op de hoogte werd gesteld van de inhoud van het vonnis, reageerde hij dat aan de veroordelingen was voldaan. De verzettermijn van vier weken begon toen te lopen en eindigde op 1 april 2024. De verzetdagvaarding werd echter pas op 3 mei 2024 uitgebracht, wat betekent dat de verzetprocedure buiten de termijn is ingesteld.
De kantonrechter verklaarde daarom het verzet niet-ontvankelijk en veroordeelde de huurder in de proceskosten van de verzetprocedure, vastgesteld op € 715,-. Hiermee is het verstekvonnis ongewijzigd in stand gebleven.
Uitkomst: Verzet van de huurder tegen het verstekvonnis is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzettermijn.