De huurder had een woning gehuurd van Woonstad Rotterdam van juni 2016 tot oktober 2022. Na beëindiging van de huurovereenkomst stelde Woonstad dat de woning niet in de juiste staat was opgeleverd en eiste betaling van herstelkosten van € 2.532,67.
De huurder voerde verweer met klachten over schimmel in de badkamer en vallende duivenpinnen, en vorderde huurprijsvermindering, schadevergoeding voor de verbouwing van de badkamer en terugbetaling van servicekosten. De kantonrechter oordeelde dat de huurder de woning niet goed had opgeleverd en dat de herstelkosten terecht waren.
De vordering tot huurprijsvermindering werd afgewezen vanwege overschrijding van de wettelijke termijn. De schadevergoeding voor de badkamerverbouwing werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van toestemming. Ook de schadevergoeding voor duivenpinnen en de terugbetaling van servicekosten werden afgewezen wegens gebrek aan bewijs.
De kantonrechter wees de proceskosten toe aan de huurder vanwege het voortijdig dagvaarden door Woonstad zonder juiste communicatie over klachtenafhandeling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.