ECLI:NL:RBROT:2024:6013
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens niet-hoofdverblijf en huurachterstand
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Woonbron en twee huurders die een woning huren sinds augustus 2022. Na eerdere procedure waarbij een huurprijswijzigingsbepaling werd vernietigd, ontstond opnieuw een huurachterstand en stelde Woonbron dat de huurders niet permanent in de woning verbleven. Woonbron vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van de huurachterstand en een boete.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst ontbonden kon worden omdat de huurders niet hun hoofdverblijf in de woning hadden en een aanzienlijke huurachterstand hadden opgebouwd. De huurders werden veroordeeld tot betaling van €7.431,- aan achterstallige huur en tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening. Tevens moesten zij een gebruiksvergoeding betalen tot de dag van ontruiming.
De gevorderde boete van €2.500,- op grond van een algemene voorwaarde werd ambtshalve beoordeeld en als oneerlijk aangemerkt, mede vanwege cumulatie met een andere boetebepaling. Daarom werd deze boete afgewezen. De overige vorderingen werden niet afgewezen wegens oneerlijke bepalingen. De proceskosten van €1.123,96 werden aan de huurders opgelegd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, huurders worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, boete wordt afgewezen.