Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1],
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 februari 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de akte van Waterweg Wonen;
- de rolbeslissing van 19 april 2024.
Rechtbank Rotterdam
Stichting Waterweg Wonen vordert betaling van een huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning door gedaagden die sinds januari 2017 huren. De huurachterstand bedraagt €3.454,14 tot en met maart 2024, ondanks dat de lopende huur van januari tot maart 2024 via automatische incasso is voldaan.
De kantonrechter oordeelt dat de achterstand van zes maanden ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 6:265 BW Pro. Gedaagden hebben geen omstandigheden aangevoerd die ontbinding zouden rechtvaardigen. De woning moet binnen veertien dagen worden ontruimd en tot die tijd is een gebruiksvergoeding van €575,69 per maand verschuldigd.
De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de bepaling hierover oneerlijk is en niet voldoet aan de wettelijke eisen van artikel 6:96 BW Pro. De rente wordt toegewezen conform de wettelijke rente. Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, rente en proceskosten van in totaal €1.039,47. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, rente, proceskosten en ontruiming binnen veertien dagen.