Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer mr. J. Pearson, werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat);
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij het wijkteam Rotterdam.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om de ontruiming van haar huurwoning op te schorten. Zij is aangemeld bij de Kredietbank Rotterdam voor schuldhulpverlening en heeft haar onderneming uitgeschreven. De huurachterstand betrof meerdere maanden, maar recente huurtermijnen zijn (zij het soms te laat) betaald en het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam heeft toegezegd de huur van juli te voldoen.
De rechtbank constateert een bedreigende situatie door het vonnis tot ontruiming en het exploot dat ontruiming op 4 juni 2024 aankondigt. De belangenafweging weegt het belang van verzoekster om in de woning te blijven en schuldhulpverlening te doorlopen zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren, mede omdat de lopende termijnen naar verwachting tijdig betaald zullen worden.
De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan en verlengt de huurovereenkomst voor deze periode. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw wordt niet-ontvankelijk verklaard, met mogelijkheid tot hernieuwd verzoek. De schuldhulpverlener dient uiterlijk twee weken voor afloop van het moratorium verslag uit te brengen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe en schort de ontruiming van de huurwoning op voor zes maanden onder de voorwaarde van tijdige betaling van de huur.