Eisers maakten bezwaar tegen het besluit van 10 november 2022 en ontvingen op 14 maart 2023 een besluit op bezwaar dat zij echter niet hebben ontvangen. Verweerder kon niet aantonen dat het besluit aangetekend en op regelmatige wijze was verzonden, omdat het interne postregistratiesysteem geen bewijs meer kon leveren. Hierdoor is het besluit niet tijdig en niet op de juiste wijze bekendgemaakt en is het niet in werking getreden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte heeft geweigerd een dwangsom toe te kennen voor het niet tijdig beslissen op de bezwaren. Eisers mochten in beroep nieuwe gronden aanvoeren over het niet ontvangen van het besluit, ondanks dat dit niet in bezwaar was gesteld. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en stelt de dwangsom vast op € 1.442,-.
Daarnaast wordt het griffierecht aan eisers vergoed, maar proceskosten worden niet toegewezen. Het besluit op bezwaar wordt beschouwd als bekendgemaakt door toezending in het kader van de procedure, zodat verdere ingebrekestellingen niet nodig zijn.