Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juni 2024 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaatsnaam], eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam,
Inleiding
.
Rechtbank Rotterdam
Eiser heeft meerdere aanvragen voor een Sociaal Medische Indicatie kinderopvang ingediend, waarop het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam diverse keren heeft gereageerd, onder meer met een besluit van 4 mei 2023 dat de aanvraag buiten behandeling stelde en een brief van 6 juli 2023 waarin het college de ingebrekestelling van eiser afwijst.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 6 juli 2023 geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, omdat deze niet gericht is op rechtsgevolgen maar slechts een herhaling van het standpunt in het eerdere besluit van 4 mei 2023. Ook is het geen besluit op bezwaar, aangezien de inhoudelijke beoordeling van het bezwaar aan de bezwaarschriftencommissie is overgelaten.
Omdat geen besluit is genomen waartegen beroep kan worden ingesteld, verklaart de rechtbank zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep van eiser. Het betaalde griffierecht wordt teruggestort. Eiser kan tegen het inhoudelijke besluit van 25 juli 2023, dat apart is aangevochten, hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd omdat de brief van 6 juli 2023 geen besluit is en geen beroep mogelijk is.