Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 november 2023, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de brief van 15 april 2024 van Hef Wonen, met aanvullende producties 17 tot en met 22;
- productie 23 van Hef Wonen.
Rechtbank Rotterdam
Hef Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [naam 1], vertegenwoordigd door een bewindvoerder, wegens herhaalde en ernstige overlast aan omwonenden. De overlast bestaat uit luidruchtig gedrag, gebruik van lachgas, vernielingen en onveilige situaties die al sinds 2020 voortduren. Hef Wonen heeft meerdere pogingen gedaan om de huurder tot gedragsverbetering te bewegen, onder meer via brieven en gesprekken.
De huurder betwist de toerekenbaarheid van de overlast vanwege zijn verstandelijke beperking, maar de kantonrechter oordeelt dat hij verantwoordelijk is voor het gedrag van zichzelf en bezoekers. Het belang van Hef Wonen bij leefbaarheid en veiligheid weegt zwaarder dan het belang van de huurder bij behoud van de woning.
De kantonrechter ontbindt de huurovereenkomst en stelt een ontruimingstermijn van twee maanden na betekening van het vonnis vast. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van de huur vanaf 1 december 2023 tot ontruiming en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstige overlast en de huurder moet binnen twee maanden ontruimen.