Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de belanghebbende [naam 1] ;
- de raad, vertegenwoordigd door [naam 2] en [naam 3] .
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 28 juni 2024 beslist over een verzoek tot voogdij over een minderjarige geboren in 2014. De vader, die het ouderlijk gezag alleen uitoefende, is overleden op 24 december 2023. De moeder verblijft in het buitenland en is niet in staat het gezag te dragen, mede doordat zij nooit een rol in het leven van de minderjarige heeft gespeeld.
De halfzus van de minderjarige heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen en wordt daarin ondersteund door het familienetwerk. De minderjarige zelf heeft eveneens de wens uitgesproken dat zijn halfzus de voogdij krijgt. De moeder heeft haar vertrouwen uitgesproken in de voogdij bij de halfzus.
Op grond van artikel 1:253g BW en het belang van de minderjarige heeft de rechtbank de halfzus benoemd tot voogd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden door partijen zelf gedragen. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank benoemt de halfzus tot voogd over de minderjarige wegens het overlijden van de vader en ongeschiktheid van de moeder.