Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1],
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 juni 2024, met bijlagen 1 tot en met 4;
- de mail van [eisende partij], met nogmaals bijlage 1 (inclusief pagina 5);
- de mail van [eisende partij], met bijlagen 5 en 6.
2.De feiten
3.Het geschil
- ontruiming van de woonruimte binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, met een dwangsom van € 500,- per dag als [gedaagde] hieraan niet voldoet en met machtiging van [eisende partij] om de ontruiming zelf te laten uitvoeren;
- betaling van € 4.809,63 aan achterstallige huur tot en met de maand mei 2024, met rente;
- betaling van € 880,93 per maand aan huur vanaf 1 juni 2024, voor elke maand of gedeelte daarvan dat [gedaagde] in gebreke blijft de woonruimte te ontruimen en ter beschikking te stellen van [eisende partij];
- betaling van de proceskosten.
4.De beoordeling
Inleiding
5.De beslissing
- € 4.809,63 aan achterstallige huur tot en met de maand mei 2024, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de verschillende huurbedragen waaruit dit bedrag is samengesteld, steeds vanaf iedere eerste van de maand tot de dag dat volledig is betaald;
- € 880,93 per maand vanaf 1 juni 2024 tot en met maand waarin de ontruiming van het gehuurde plaatsvindt, waarbij een gedeelte van een maand voor een gehele maand mag worden gerekend;