Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw M. Naipal, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna te noemen: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in tot gedwongen schuldregeling op grond van artikel 287a lid 1 Faillissementswet, nadat één schuldeiser niet wilde instemmen met een door hem aangeboden schuldregeling. De regeling betrof een betaling van 3,12% aan preferente en 1,56% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op een saneringskrediet en voortzetting van zijn Participatiewet-uitkering.
Tijdens de zitting verklaarde verzoeker dat zijn situatie is verbeterd: hij volgt een IT-opleiding, woont zelfstandig en heeft uitzicht op een fulltime baan met een bruto salaris van circa € 2.500,- per maand. Acht schuldeisers stemden in met het voorstel, één schuldeiser weigerde vanwege de lage uitkering in verhouding tot de vordering.
De rechtbank oordeelde dat het aanbod niet het uiterste is wat verzoeker kan bieden, gezien zijn verwachte hogere afloscapaciteit. Hierdoor wegen de belangen van de weigerende schuldeiser zwaarder dan die van verzoeker en de overige schuldeisers. Daarom werd het verzoek tot gedwongen schuldregeling afgewezen. Een afzonderlijke beslissing over de schuldsaneringsregeling volgt later.
Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen omdat het voorstel niet het uiterste is wat verzoeker kan bieden.