Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 1 maart 2024 en de daarin genoemde stukken;
- de akte uitlaten bewijsopdracht tevens houdende akte overlegging nadere producties van [gedaagde];
- de antwoordakte van Waterweg.
Rechtbank Rotterdam
De kantonrechter van de rechtbank Rotterdam behandelde een zaak tussen Stichting Waterweg Wonen en de huurder over het hoofdverblijf en het gebruik van een huurwoning. De huurder moest bewijzen dat hij onafgebroken zijn hoofdverblijf in de woning hield en dat hij de woning niet onderverhuurde of aan derden in gebruik gaf.
De huurder slaagde niet in deze bewijsopdracht. Er waren meerdere personen ingeschreven en woonachtig geweest op het adres, zonder dat toestemming van Waterweg was aangetoond. Bewijsmiddelen zoals energieverbruik, foto’s, aankoopbonnen en e-mailcorrespondentie boden onvoldoende duidelijkheid over het hoofdverblijf van de huurder.
De kantonrechter concludeerde dat de tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst ernstig genoeg was om ontbinding te rechtvaardigen. De huurder werd veroordeeld de woning binnen 14 dagen te ontruimen en de proceskosten te betalen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder moet de woning binnen 14 dagen ontruimen.