Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1],
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
donderdag 25 juli 2024 om 11:30 uur, zodat Woonstad zich bij akte nader kan uitlaten over het punt zoals genoemd in r.o. 2.2. en 2.10.;
Rechtbank Rotterdam
Stichting Woonstad Rotterdam vordert ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van achterstallige huur van de woning aan een adres te Rotterdam. Tegen de gedaagden is verstek verleend. De kantonrechter oordeelt dat de overeengekomen huurprijswijzigingsbepaling oneerlijk is omdat deze de verhuurder het recht geeft de huur met een hoger percentage te verhogen dan redelijk is op basis van de markt.
De bepaling is geen kernbeding en verstoort het evenwicht tussen verhuurder en huurder, ook als de verhuurder niet daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot huurverhoging. Splitsing van de bepaling is niet mogelijk omdat het inhoudelijk om één situatie gaat.
De vernietiging van de bepaling betekent dat alle huurverhogingen komen te vervallen en dat de oorspronkelijke huurprijs van € 915,61 per maand blijft gelden. Woonstad wordt in de gelegenheid gesteld om zich nader uit te laten over de huurachterstand op basis van deze huurprijs. De zaak is verwezen naar een rolzitting op 25 juli 2024.
Uitkomst: De huurprijswijzigingsbepaling is oneerlijk en vernietigd, waardoor de oorspronkelijke huurprijs blijft gelden en alle huurverhogingen vervallen.