De rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding waarin Myrtax Bewindvoering B.V., als bewindvoerder over de goederen van een cliënt met ernstige psychische problemen, verzocht om de ontruiming van diens woning te schorsen. De huurovereenkomst was ontbonden en ontruiming was gepland, maar de cliënt was nog niet geplaatst in een beschermde woonvorm.
De kantonrechter oordeelde dat het belang van de cliënt om niet op straat te komen en de continuïteit van zijn noodzakelijke behandeling zwaarder woog dan het belang van de verhuurder om de woning op korte termijn te ontruimen. Er werd erkend dat de cliënt niet in de huidige woning kan blijven, maar dat een tijdelijke schorsing van de ontruiming noodzakelijk is om een passende woonplek te vinden.
De ontruiming werd daarom geschorst voor een periode van acht weken na het vonnis, waarbij de verhuurder geen dwangsom werd opgelegd vanwege haar toezegging niet tot ontruiming over te gaan. De proceskosten werden gecompenseerd. Dit vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.