ECLI:NL:RBROT:2024:6319
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechter na eindvonnis
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, senior rechter A, in een civiele zaak bij de rechtbank Rotterdam. De wrakingskamer ontving het verzoek op 29 juni 2024 en beoordeelde het verzoek op 5 juli 2024.
De wrakingskamer constateerde dat het wrakingsverzoek betrekking had op een zaak die reeds was afgedaan bij vonnis van 7 juli 2023. Dit vonnis was gewezen door een rechtsgeldig benoemde en beëdigde rechterlijke ambtenaar, binnen een kamer die volgens de wet is samengesteld.
De wrakingskamer benadrukte dat eventuele nietigheid van het vonnis alleen door een bevoegde hogere rechterlijke instantie kan worden vastgesteld, en niet door de wrakingskamer zelf. Hierdoor ontbrak het verzoeker aan belang bij het wrakingsverzoek, wat leidde tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek.
De beslissing werd genomen door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam, bestaande uit voorzitter mr. dr. P.G.J. van den Berg en rechters mr. drs. J. van den Bos en mr. G.A. Bouter-Rijksen, en is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2024. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het vonnis geldig is en alleen hogere rechter dit kan beoordelen.