De officier van justitie verzocht om voortzetting van een op 4 januari 2024 opgelegde crisismaatregel voor betrokkene, die lijdt aan een psychose met katatone kenmerken binnen schizofrenie. Betrokkene vertoonde ernstig lichamelijk en psychisch gevaarlijk gedrag, waaronder het verlaten van zijn woning via een hoog balkon en het niet innemen van medicatie.
Tijdens de mondelinge behandeling op 9 januari 2024 gaf de psychiater aan dat de psychose nog niet voldoende behandeld is en dat betrokkene bij ontslag naar huis met ambulante zorg waarschijnlijk zal terugvallen in wanen. Betrokkene zelf en zijn moeder gaven aan dat hij naar huis kan, maar de rechtbank achtte dit onvoldoende betrouwbaar.
De rechtbank oordeelde dat de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. Verplichte zorg zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een instelling werden als evenredig en effectief beoordeeld. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar.
De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend met een geldigheidsduur van drie weken, tot en met 30 januari 2024. Andere door de officier verzochte zorgmaatregelen werden afgewezen wegens onvoldoende noodzaak.