VGZ vordert betaling van een openstaand bedrag van € 219,26 voor eigen risico en eigen bijdrage medicatie, vermeerderd met rente en incassokosten. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat de premie via de Sociale Dienst wordt voldaan, maar dat er een verschil is tussen ingehouden bedrag en betaling aan VGZ.
De kantonrechter onderzoekt ambtshalve de polisvoorwaarden op oneerlijke bedingen. Artikel 3.3 over eigen risico en eigen bijdrage is transparant en rechtsgeldig, aangezien deze kosten wettelijk verplicht zijn. De bepaling over buitengerechtelijke incassokosten (artikel 3.5.2) is echter oneerlijk omdat deze geen verwijzing naar wettelijke maxima bevat.
De vordering tot betaling van de hoofdsom en rente wordt toegewezen, maar de gevorderde incassokosten worden afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 64,23 met wettelijke rente en de proceskosten van € 367,39. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.