In deze civiele procedure vordert de vrouw betaling van een bedrag van €12.214,00 van de man, samenhangend met eigenaarslasten na de verkoop van een gezamenlijk bewoonde woning. De man stelt dat de rechtbank niet bevoegd is omdat het een geldvordering betreft die onder de kantonrechter valt vanwege de hoogte van de vordering.
De rechtbank oordeelt dat de vordering inderdaad geen verdelingsvordering is en dat de overwaarde reeds is verdeeld. Gelet op het bedrag van de vordering is de rechtbank niet bevoegd en dient de zaak door de kantonrechter behandeld te worden. De rechtbank wijst de vordering tot verwijzing toe en veroordeelt de vrouw in de kosten van het incident.
De zaak wordt verwezen naar de kamer voor kantonzaken, waarbij partijen worden geïnformeerd over het verdere verloop en de mogelijkheid om zonder advocaat te verschijnen. Het teveel betaalde griffierecht wordt teruggestort.