De zaak betreft een huurgeschil tussen Stichting Havensteder en de huurders over een huurachterstand. De kantonrechter stelt vast dat de huurprijswijzigingsbepaling in de huurovereenkomst oneerlijk is, omdat deze de verhuurder een te hoge jaarlijkse opslag van maximaal 5% toestaat zonder voldoende rechtvaardiging. Hierdoor vervallen alle huurverhogingen en geldt de oorspronkelijke huurprijs.
De huurachterstand wordt daarom vastgesteld op € 3.444,94, lager dan door Havensteder berekend. Partijen zijn een betalingsregeling overeengekomen waarbij de huurders de achterstand in termijnen mogen voldoen en de lopende huur tijdig moeten betalen. Bij niet-naleving van deze regeling volgt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De kantonrechter veroordeelt de huurders hoofdelijk tot betaling van de vastgestelde huurachterstand en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De zaak benadrukt de bescherming van huurders tegen oneerlijke contractuele bepalingen en het belang van redelijke huurprijswijzigingen.