ECLI:NL:RBROT:2024:6514
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens niet noodzakelijke verhuizing
Eiseres, die sinds december 2022 in Nederland verblijft, vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtings- en stofferingskosten na een verhuizing naar een antikraakwoning in Rotterdam. Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af omdat de verhuizing niet noodzakelijk was. Eiseres stelde dat zij vanwege huiselijk geweld uit Marokko was gevlucht en niet langer bij haar zwager kon verblijven, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de kosten zich wel voordeden, maar dat eiseres onvoldoende bewijs leverde voor een acute noodzaak tot verhuizing. De stellingen over huiselijk geweld en onhoudbare woonsituatie bij haar zwager werden niet onderbouwd. Volgens vaste rechtspraak behoren verhuiskosten tot algemeen noodzakelijke kosten die uit bijstandsniveau moeten worden bestreden, tenzij bijzondere omstandigheden aantoonbaar zijn.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Adriaansen op 17 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.