ECLI:NL:RBROT:2024:6521

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 juli 2024
Publicatiedatum
15 juli 2024
Zaaknummer
C/10/681780 / HA RK 24-609
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wrakingsprotocol rechtbank RotterdamArt. 39 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek tegen wrakingskamer buiten behandeling wegens evident misbruik van recht

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de meervoudige wrakingskamer die eerder een wrakingsverzoek van hem had afgewezen. De wrakingskamer verklaarde het eerdere wrakingsverzoek niet-ontvankelijk en werd vervolgens zelf gewraakt door verzoeker.

De rechtbank oordeelt dat een wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer zelf evident misbruik van recht is, vooral omdat verzoeker bekend moet zijn met het feit dat een wraking na uitspraak te laat is. Tevens lijkt het wrakingsverzoek een verkapt hoger beroep tegen een kort gedingbeslissing te zijn, wat niet het doel van wraking is.

Daarom wordt het wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld en wordt bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de hoofdzaak of in deze wrakingsprocedure niet in behandeling wordt genomen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer wordt buiten behandeling gesteld wegens evident misbruik van recht en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer
zaak- en rekestnummer: C/10/681780 / HA RK 24-609
Beslissing van 9 juli 2024
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
woonplaats: [woonplaats],
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
de meervoudige wrakingskamer die uitspraak heeft gedaan op het wrakingsverzoek van verzoeker gericht tegen mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten.

1.De beoordeling

1.1.
Deze meervoudige wrakingskamer heeft verzoeker bij beslissing van 5 juli 2024 niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking van mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten. Vervolgens heeft verzoeker deze wrakingskamer bij e-mail van 5 juli 2024 gewraakt.
1.2.
In artikel 8, tweede lid, aanhef en onder h, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank is bepaald, voor zover hier van belang, dat de wrakingskamer een verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds niet-ontvankelijk kan verklaren indien het een verzoek tot wraking van de wrakingskamer of één of meer van haar leden betreft en sprake is van evident misbruik van recht. In het derde lid van dit artikel is bepaald dat de wrakingskamer een tegen haar of één van haar leden gericht verzoek tot wraking buiten behandeling kan laten als zij van oordeel is dat de onder h. genoemde omstandigheid zich voordoet.
1.3.
Naar het oordeel van de wrakingskamer doet de onder h. bedoelde omstandigheid zich voor. Verzoeker moet er uit hoofde van eerdere wrakingsverzoeken mee bekend zijn dat een wraking die wordt gedaan nadat uitspraak is gedaan, te laat is. Verder lijkt verzoeker al met het inleidende wrakingsverzoek feitelijk een hoger beroep tegen de beslissing in het kort geding te willen bereiken, waarvoor een wraking niet bedoeld is.
1.4.
De wrakingskamer stelt het verzoek tot wraking van de wrakingskamer daarom buiten behandeling.
1.5.
Om dezelfde reden bepaalt de wrakingskamer met toepassing van artikel 39, vierde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen. Verdere correspondentie daarover van verzoeker blijft onbeantwoord.

2.De beslissing

De rechtbank:
2.1.
stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling;
2.2.
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de hoofdzaak met zaak- en rolnummer C/10/658586 / KG ZA 23-449 of in deze wrakingsprocedure niet in behandeling wordt genomen.
Deze beslissing is gegeven door mr. dr. P.G.J. van den Berg, voorzitter, mr. drs. J. van den Bos en mr. G.A. Bouter-Rijksen, rechters, in aanwezigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2024.
De griffier is buiten staat deze uitspraak
mede te ondertekenen.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.