ECLI:NL:RBROT:2024:6569

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 juli 2024
Publicatiedatum
15 juli 2024
Zaaknummer
11005153 CV EXPL 24-1350
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering onbetaalde zorgkosten en incassokosten door zorgverzekeraar

De zaak betreft een vordering van zorgverzekeraar Univé tegen een verzekerde wegens onbetaalde zorgkosten. Univé stelt dat de verzekerde een deel van de zorgkosten niet heeft voldaan, ondanks meerdere betalingsregelingen die telkens zijn komen te vervallen door niet-nakoming. De verzekerde erkent de hoofdsom maar beroept zich op een betalingsregeling die zij niet volledig heeft nagekomen vanwege persoonlijke omstandigheden.

De kantonrechter oordeelt dat de betalingsregeling is vervallen doordat de verzekerde de laatste termijn niet heeft betaald, waardoor het volledige bedrag opeisbaar is geworden. De persoonlijke en financiële omstandigheden van de verzekerde ontslaan haar niet van haar betalingsverplichting. De incassokosten en wettelijke rente worden eveneens toegewezen omdat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en de verzekerde deze niet betwist.

De proceskosten worden aan Univé toegewezen omdat de verzekerde ongelijk krijgt en de kosten niet onredelijk zijn. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De verzekerde moet in totaal € 154,17 plus rente en € 367,39 aan proceskosten betalen.

Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van onbetaalde zorgkosten, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 11005153 CV EXPL 24-1350
datum uitspraak: 18 juli 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
N.V. Univé Zorg,
vestigingsplaats: Arnhem,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Univé’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 5 februari 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek, met bijlagen;
  • de dupliek.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft bij Univé een zorgverzekering afgesloten. Op grond van deze overeenkomst moet [gedaagde] elke maand premie aan Univé betalen. Ook moet [gedaagde] zorgkosten betalen die Univé voor haar voorschiet. Volgens Univé heeft [gedaagde] een deel van de zorgkosten niet betaald. Univé wil dat [gedaagde] het resterende deel alsnog betaalt met buitengerechtelijke kosten en rente. Univé vordert van [gedaagde] in totaal € 154,17 met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.2.
[gedaagde] erkent de hoofdsom, maar zij stelt dat zij met Univé Zorg een betalingsregeling heeft getroffen van € 100,- per maand. De laatste betalingstermijn is [gedaagde] ontglipt vanwege haar verhuizing, maar verder is zij de betalingsregeling altijd nagekomen. Zij is het daarom niet eens met de proceskosten die Univé vordert. [gedaagde] wil dat de betalingsregeling wordt voortgezet, omdat zij zowel financiële als persoonlijke problemen heeft.
2.3.
De vorderingen van Univé worden toegewezen. [gedaagde] moet € 154,17 en de proceskosten aan Univé betalen. Hierna wordt uitgelegd waarop deze beslissing is gebaseerd.
De betalingsregeling is vervallen
2.4.
[gedaagde] voert weliswaar aan dat zij met Univé een betalingsregeling heeft getroffen voor de hoofdsom, maar Univé heeft hiertegenover gesteld dat deze regeling is vervallen omdat [gedaagde] de regeling niet is nagekomen. Univé krijgt gelijk.
2.5.
Univé heeft uitgelegd dat [gedaagde] meerdere malen een betalingsregeling heeft getroffen met haar en haar gemachtigde. De oorspronkelijke hoofdsom bedroeg € 976,60. Deze betalingsregelingen zijn telkens komen te vervallen, omdat [gedaagde] zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden van de betalingsregeling. [gedaagde] heeft ook erkend dat zij de laatste betalingstermijn heeft gemist en zich daarmee niet heeft gehouden aan de voorwaarden van de betalingsregeling. Hierdoor is de ontbindende voorwaarde vervuld en is de betalingsregeling komen te vervallen. Het gehele bedrag van de achterstand is daardoor ineens opeisbaar geworden. De gevorderde hoofdsom is dus toewijsbaar. De door [gedaagde] aangevoerde persoonlijke en financiële omstandigheden ontslaan haar niet van haar betalingsverplichting.
Incassokosten
2.6.
De incassokosten van € 48,40 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
Wettelijke rente
2.7.
De wettelijke rente wordt toegewezen, omdat Univé genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.8.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen omdat zij ongelijk krijgt. De proceskosten zijn namelijk niet ten onrechte gemaakt. Op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding had [gedaagde] de hoofdsom niet (volledig) betaald, terwijl zij dat wel had moeten doen. Univé heeft haar ook nog aangemaand om te betalen. [gedaagde] had toen nog, tweeënhalve maand nadat ze haar laatste termijn volgens de betalingsregeling had moeten betalen, de extra kosten waar ze nu bezwaar tegen maakt kunnen voorkomen door alsnog te betalen. Omdat ook daarna niet is betaald, is Univé deze rechtszaak gestart. De kantonrechter begroot de proceskosten aan de kant van Univé op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 367,39. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Univé dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Univé te betalen € 154,17 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 76,60 vanaf 5 februari 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Univé worden begroot op € 367,39;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.R. Roukema en in het openbaar uitgesproken.
53954