ECLI:NL:RBROT:2024:6588
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming persoonsgegevens in bestuursrechtelijke standplaatsprocedure
Verzoekers maakten bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht waarin een standplaats werd toegewezen aan een adres in Dordrecht. Het college diende stukken in, waaronder vier met persoonsgegevens van de aanvrager van de standplaatsvergunning, en verzocht deze stukken vertrouwelijk te behandelen op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechter-commissaris voerde een belangenafweging uit tussen het recht van partijen op kennisneming van alle stukken en het belang van bescherming van persoonsgegevens. Gezien de aanwezigheid van persoonsgegevens en het feit dat de aanvrager nog niet definitief heeft besloten de standplaats te betrekken, werd het belang van bescherming als zwaarder beoordeeld.
De rechter-commissaris oordeelde dat er gewichtige redenen zijn om de stukken geheel of gedeeltelijk geheim te houden. Gelakte versies van enkele stukken waren al in het dossier opgenomen, maar het college mocht volstaan met blanco versies van het aanvraag- en antwoordformulier. De beslissing tot beperking van kennisneming werd daarmee gerechtvaardigd en is bindend voor de procedure.
Uitkomst: De rechter-commissaris besluit dat beperking van kennisneming van stukken met persoonsgegevens gerechtvaardigd is.