Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam, (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer [persoon B] , namens PrimaDiensten B.V., weigerende schuldeiser, (hierna: PrimaDiensten).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan tien schuldeisers, waaronder één preferente en negen concurrente, met een totaalvordering van €16.381,45. Het voorstel omvat een betaling van 9,93% aan preferente en 4,96% aan concurrente schuldeisers, gefinancierd via een saneringskrediet. Negen schuldeisers gingen akkoord, maar PrimaDiensten, met een vordering van €2.076,85 (12,7% van de totale schuld), weigerde.
De rechtbank beoordeelde of PrimaDiensten in redelijkheid kon weigeren in te stemmen. Gezien het geringe aandeel van haar vordering, de instemming van de meerderheid, de toetsing door een onafhankelijke partij en de medische situatie van verzoeker die hem beperkt in inkomen, oordeelde de rechtbank dat het aanbod het uiterste is wat verzoeker kan bieden.
De rechtbank stelde vast dat de schuldregeling gunstiger is voor schuldeisers dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die hogere kosten en latere uitkering met zich meebrengt. Daarom woog het belang van verzoeker en de instemmende schuldeisers zwaarder dan dat van PrimaDiensten. Het verzoek om PrimaDiensten te bevelen in te stemmen met de regeling werd toegewezen, het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen en PrimaDiensten in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De rechtbank beveelt PrimaDiensten in te stemmen met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.