De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van Maatschap tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de minister wegens overtreding van de Wet dieren. De boete betrof het vervoer van een varken met een ernstige open wond, dat volgens het rapport van bevindingen niet transportwaardig was.
De minister baseerde zijn besluit op een rapport van een toezichthoudend dierenarts van de NVWA, waarin werd vastgesteld dat het varken een ernstige ontsteking en open wond had en daarom niet vervoerd mocht worden. De boete werd aanvankelijk vastgesteld op €1.500,- en later gematigd tot €1.350,-.
Eiseres betwistte het rapport met een eigen deskundigenrapport en wees op twee belangrijke onregelmatigheden: het ontbreken van een foto van het oornummer van het varken in het rapport, waardoor niet vaststaat dat het varken van haar bedrijf afkomstig is, en een verschil van 4,5 uur tussen het tijdstip van lossen in het vervoersdocument en het rapport.
De rechtbank oordeelde dat deze twijfels ernstig genoeg zijn om het rapport niet als sluitend bewijs te beschouwen. De minister heeft daardoor niet voldaan aan zijn bewijslast en was niet bevoegd de boete op te leggen. Het besluit werd vernietigd en de boete vervalt. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.